Verzameling (wiskunde)


In de wiskunde is een verzameling een collectie van verschillende objecten, elementen genoemd, die zelf ook weer als wiskundig object wordt beschouwd. Het begrip verzameling is een wiskundig basisbegrip. Dat wil zeggen dat het niet verder gereduceerd (herleid) kan worden tot een samenstel van andere, nog fundamentelere theoretische wiskundige begrippen (axioma's), maar dat het zelf axiomatisch gedefinieerd moet worden. Verzamelingen vormen het studieobject van de verzamelingenleer.

De verzameling behoort tot de fundamentele concepten van de wiskunde. De grondslag voor dit wiskundige concept werd aan het einde van de negentiende eeuw gelegd door de Duitse wiskundige Georg Cantor. Hij noemde een verzameling informeel: "een veelheid aan elementen, die volgens een bepaalde definitie bij elkaar horen, en daardoor een geheel vormen".

De verzamelingenleer is inmiddels alomtegenwoordig in de wiskunde, en vormt een basis van waaruit bijna de gehele wiskunde kan worden afgeleid. In het wiskundeonderwijs aan de middelbare scholen worden elementaire onderwerpen als venndiagrammen onderwezen. Meer geavanceerde concepten komen in een universitaire studie wiskunde aan de orde.

Twee verzamelingen zijn identiek als ze dezelfde elementen bevatten. Een verzameling zonder element noemt men een lege verzameling. Bij de beschrijving van een verzameling gaat het uitsluitend om de vraag welke elementen in de verzameling zijn opgenomen. Elementen komen daarom slechts één keer in een verzameling voor.

De mandelbrotverzameling is een bekend voorbeeld van een wiskundige verzameling, en bestaat uit die complexe getallen die, nadat er herhaald dezelfde bewerking op is uitgevoerd, naar een eindige waarde itereren.

Inhoud

Definitie


Hier wordt alleen een globaal overzicht gegeven van het concept verzameling. Dit overzicht is erop gericht om met verzamelingen te kunnen werken en belangrijke begrippen als afbeeldingen, functies, getallen en relaties te kunnen definiëren.

Georg Cantor gaf aan het begin van zijn Beiträge zur Begründung der transfiniten Mengenlehre:[1] de volgende definitie van een verzameling:

Met een verzameling bedoelen we elke collectie \({\displaystyle M}\) uit een geheel van concrete, afzonderlijke objecten \({\displaystyle m}\), die de elementen van \({\displaystyle M}\) worden genoemd, van onze perceptie [Anschauung] of van ons denken.

De elementen of leden van een verzameling kunnen bijvoorbeeld zijn: getallen, letters van het alfabet, andere verzamelingen en zo verder. Een verzameling wordt gewoonlijk aangeduid door een hoofdletter. De verzamelingen \({\displaystyle A}\) en \({\displaystyle B}\) zijn aan elkaar gelijk als zij dezelfde elementen hebben.

Zoals hieronder wordt besproken, bleek de hierboven gegeven definitie ontoereikend voor de formele wiskunde. In plaats daarvan wordt het begrip 'verzameling' in de axiomatische verzamelingenleer als een ongedefinieerde primitieve (Engels: 'primitive notion') genomen, en worden haar eigenschappen gedefinieerd door de axioma's van Zermelo-Fraenkel. De twee meest fundamentele eigenschappen zijn dat een verzameling elementen "heeft" en dat twee verzamelingen dan en slechts dan aan elkaar gelijk zijn als deze dezelfde elementen hebben.

Zie ook de paragraaf Symbolen uit de verzamelingenleer in Lijst van wiskundige symbolen

Beschrijving van verzamelingen


Zie Element (wiskunde) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In het dagelijkse spraakgebruik komt het begrip 'verzameling' ook voor: met "bestek" wordt in een huishouden de verzameling lepels, vorken en messen bedoeld, het "servies" van oma is een verzameling borden, schalen .... Een "pak" speelkaarten is een verzameling speelkaarten.

Er zijn twee manieren om de elementen van een verzameling vast te leggen. Eén manier is door een beschrijving, waarbij gebruik wordt gemaakt van een regel of een semantische beschrijving van de elementen:

\({\displaystyle A}\) is de verzameling waarvan de elementen de eerste vier positieve getallen zijn.
\({\displaystyle B}\) is de verzameling van alle kleuren van de Nederlandse vlag: \({\displaystyle B=\{x\mid x{\text{ is een kleur van de Nederlandse vlag}}\}}\). In plaats van de verticale streep schrijft men ook wel een dubbelepunt: \({\displaystyle B=\{x:x{\text{ is een kleur van de Nederlandse vlag}}\}}\).

De tweede manier is door opsomming, dat is wanneer elk element van de verzameling expliciet wordt genoemd. Een extensionele definitie wordt aangeduid, doordat de opsomming van de elementen tussen accolades wordt geplaatst:

\({\displaystyle A=\{4,2,1,3\}}\)
\({\displaystyle B=\{{\text{rood,wit,blauw}}\}}\)

Als \({\displaystyle x}\) een element is van de verzameling \({\displaystyle A}\), wordt dit genoteerd als \({\displaystyle x\in A}\). Is \({\displaystyle x}\) géén element van \({\displaystyle A}\), dan wordt dit wel aangeduid door \({\displaystyle x\notin A}\).

Met betrekking tot de verzamelingen \({\displaystyle A=\{4,2,1,3\}}\) en \({\displaystyle B=\{{\text{rood,wit,blauw}}\}}\) bijvoorbeeld, zoals hierboven gedefinieerd, geldt

\({\displaystyle 4\in A}\)

en

\({\displaystyle {\text{groen}}\notin B}\)

Twee verzamelingen zijn aan elkaar gelijk, als ze dezelfde elementen bevatten. Dat twee verzamelingen \({\displaystyle A}\) en \({\displaystyle B}\) aan elkaar gelijk zijn, noteert men eenvoudigweg als \({\displaystyle A=B}\). Formeel:

\({\displaystyle A=B}\) betekent dat voor alle \({\displaystyle x}\) geldt: \({\displaystyle x\in A\Longleftrightarrow x\in B}\)

Ook geldt omgekeerd:

Als voor alle \({\displaystyle x}\) geldt: \({\displaystyle x\in A\Longleftrightarrow x\in B}\), dan is \({\displaystyle A=B}\)

Anders dan bij een multiset komt elk element van een verzameling maar één keer voor als element van de verzameling, ook al wordt een element meer keren genoemd. Zo is de verzameling letters \({\displaystyle \{a,b,a,c,a\}}\) dezelfde als de verzameling \({\displaystyle \{a,b,c\}}\) en de verzameling \({\displaystyle \{b,a,c,c\}}\). Ieder element van een verzameling \({\displaystyle A}\) blijft onder alle bewerkingen op \({\displaystyle A}\) uniek. De volgorde waarin de elementen van een verzameling worden opgesomd, telt niet, dit in tegenstelling tot bij een rij of een tupel. Elementen staan in een rij opeenvolgend opgesomd en mogen in tegenstelling tot in een verzameling wel meer dan één keer in een rij voorkomen.

Een verzameling objecten in het dagelijks leven, bijvoorbeeld een platenverzameling, of de spullen in een tas, kan identieke objecten bevatten, waarbij de multipliciteit vaak relevant is, en moet dan als een multiset worden beschreven, niet als verzameling.

De lege verzameling, die geen elementen heeft, wordt met het symbool ∅ genoteerd. Minder gebruikelijk is de notatie {}.

Het aantal elementen in een verzameling noemt men de kardinaliteit van de verzameling.

Deelverzamelingen

Zie Deelverzameling voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Als elk element van de verzameling \({\displaystyle A}\) ook element is van de verzameling \({\displaystyle B}\), zegt men dat \({\displaystyle A}\) een deelverzameling is van \({\displaystyle B}\). Dit wordt genoteerd als \({\displaystyle A\subseteq B}\) of als \({\displaystyle A\subset B}\), en uitgesproken als \({\displaystyle A}\) is een deel(verzameling) van \({\displaystyle B}\), of als \({\displaystyle A}\) wordt door \({\displaystyle B}\) omvat. In plaats daarvan kan ook worden geschreven: \({\displaystyle B\supseteq A}\), of \({\displaystyle B\supset A}\) zeg: \({\displaystyle B}\) omvat \({\displaystyle A}\), \({\displaystyle B}\) sluit \({\displaystyle A}\) in, of \({\displaystyle B}\) is een superset van \({\displaystyle A}\). De relatie tussen verzamelingen die wordt vastgelegd door ⊆ wordt inclusie of omvatting genoemd.

Als \({\displaystyle A}\) een deelverzameling is van \({\displaystyle B}\), maar niet daaraan gelijk is, wordt \({\displaystyle A}\) een echte of strikte deelverzameling van \({\displaystyle B}\) genoemd. Dit wordt wel genoteerd als \({\displaystyle A}\) ⊊ \({\displaystyle A}\), of \({\displaystyle B}\) ⊋ \({\displaystyle A}\): \({\displaystyle B}\) is een strikte superset van \({\displaystyle A}\).

Voorbeeld:

De uitdrukkingen \({\displaystyle A\subset B}\) en \({\displaystyle B\supset A}\) worden door verschillende auteurs verschillend gebruikt: sommigen gebruiken deze relatie in de betekenis van \({\displaystyle A\subseteq B}\) (respectievelijk \({\displaystyle B\supseteq A}\)), terwijl anderen er \({\displaystyle A}\) ⊊ \({\displaystyle B}\) (respectievelijk \({\displaystyle B}\) ⊋ \({\displaystyle A}\)) mee bedoelen.

De lege verzameling is een deelverzameling van elke verzameling en elke verzameling is een deelverzameling van zichzelf:

Een duidelijke maar bruikbare identiteit, die vaak kan worden gebruikt om aan te tonen dat twee ogenschijnlijk verschillende verzamelingen toch aan elkaar gelijk zijn:

Kardinaliteit


Zie Kardinaliteit voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De kardinaliteit \({\displaystyle |A|}\) van een verzameling \({\displaystyle A}\) is "het aantal elementen van \({\displaystyle A}\)". Aangezien bijvoorbeeld de Nederlandse vlag drie kleuren kent, is de kardinaliteit van de verzameling \({\displaystyle B=\{{\text{kleuren van de Nederlandse vlag}}\}}\) gelijk aan \({\displaystyle |B|=3}\).

De lege verzameling ∅ heeft kardinaliteit 0. Hoewel het misschien triviaal lijkt, is de lege verzameling, net zoals het getal nul, belangrijk in de wiskunde; het bestaan van de lege verzameling is zelfs een van de fundamentele concepten uit de axiomatische verzamelingenleer .

Sommige verzamelingen hebben een oneindige kardinaliteit. De verzameling \({\displaystyle \mathbb {N} }\) van de natuurlijke getallen is bijvoorbeeld oneindig. Men kan echter aantonen dat sommige oneindige kardinaliteiten groter zijn dan andere. De verzameling van de reële getallen bijvoorbeeld heeft een grotere kardinaliteit dan de verzameling van de natuurlijke getallen. Het kan worden aangetoond dat de kardinaliteit van (dat wil zeggen: het aantal punten op) een rechte lijn dezelfde is als de kardinaliteit van enig lijnstuk van die lijn, dezelfde als die van het gehele vlak en ook dezelfde als die van enige eindig-dimensionale euclidische ruimte.

Machtsverzamelingen

Zie Machtsverzameling voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De machtsverzameling van een verzameling \({\displaystyle A}\) is de verzameling van alle deelverzamelingen van \({\displaystyle A}\). Daartoe behoort de verzameling \({\displaystyle A}\) zelf en de lege verzameling. Als een eindige verzameling \({\displaystyle A}\) een kardinaliteit \({\displaystyle n}\) heeft, is de kardinaliteit van de machtsverzameling van \({\displaystyle A}\) gelijk aan \({\displaystyle 2^{n}}\). De machtsverzameling wordt genoteerd als \({\displaystyle {\mathcal {P}}(A)}\) of als \({\displaystyle 2^{A}}\).

Als \({\displaystyle A}\) een oneindige (aftelbare dan wel overaftelbare) verzameling is, is de machtsverzameling van \({\displaystyle A}\) altijd overaftelbaar. Als \({\displaystyle A}\) bovendien een verzameling is, dan is er nooit een bijectie van \({\displaystyle A}\) op \({\displaystyle {\mathcal {P}}(A)}\) mogelijk. Met andere woorden: de machtsverzameling van \({\displaystyle A}\) is altijd strikt "groter" dan \({\displaystyle A}\) zelf.

De machtsverzameling van de verzameling {1, 2, 3} is bijvoorbeeld { {1, 2, 3}, {1, 2}, {1, 3}, {2, 3}, {1}, {2}, {3}, ∅ }. De kardinaliteit van de oorspronkelijke verzameling is 3 en de kardinaliteit van de machtsverzameling is 23 = 8. Deze relatie is een van de redenen voor de terminologie machtsverzameling.

Operaties


Er gelden de volgende eigenschappen:

Eigenschap Doorsnede Vereniging
commutatief A ∩ B = B ∩ A A ∪ B = B ∪ A
associatief A ∩ (B ∩ C) = (A ∩ B) ∩ C A ∪ (B ∪ C) = (A ∪ B) ∪ C
distributief A ∪ (B ∩ C) = (A ∪ B) ∩ (A ∪ C) A ∩ (B ∪ C) = (A ∩ B) ∪ (A ∩ C)
neutraal element A ∩ U = A voor alle A A ∪ ∅ = A voor alle A
'kleinste' en 'grootste'
verzameling
A ∩ ∅ = ∅ voor alle A A ∪ U = U voor alle A

Een partitie is een opdeling van een verzameling in niet-lege, onderling disjuncte, deelverzamelingen, die wel blokken worden genoemd. Bijvoorbeeld: als \({\displaystyle A=\{1,2,3,4,5,6,7,8\}}\), dan vormen de deelverzamelingen {1,3}, {2,4,5,7} en {6,8} een partitie van \({\displaystyle A}\) met drie blokken.

De deelverzamelingen van een gegeven verzameling vormen een booleaanse algebra onder doorsnede en vereniging.

Bekende verzamelingen


Voorbeelden van getallenverzamelingen zijn:

  1. De natuurlijke getallen die in het algemeen aantallen voorstellen en gesloten zijn onder optelling en vermenigvuldiging.
  2. De gehele getallen, die ook gesloten zijn onder aftrekking
  3. De rationale getallen, die bestaan uit de gehele getallen en de breuken.
  4. De reële getallen, waaronder ook de transcendente getallen vallen.
  5. De complexe getallen verschijnen als oplossing van vergelijkingen als \({\displaystyle x^{2}+1=0}\).

Venndiagrammen


Met behulp van venndiagrammen, genoemd naar John Venn, kunnen verzamelingen aanschouwelijk voorgesteld worden. In de bovenstaande afbeelding van een venndiagram is de doorsnede van twee verzamelingen \({\displaystyle A}\) en \({\displaystyle B}\) lichtpaars weergegeven.

Relatief complement


Het relatieve complement van \({\displaystyle B}\) ten opzichte van \({\displaystyle A}\) is[2] de verzameling van de elementen van \({\displaystyle A}\) die niet tot \({\displaystyle B}\) behoren. Het wordt genoteerd als:

\({\displaystyle A\setminus B=\{x\in A\mid x\notin B\}}\)

(lees: A met daaruit weggelaten B). Het relatieve complement wordt ook wel genoteerd als: \({\displaystyle A-B}\)

Wetten van De Morgan


De wetten van De Morgan luiden:

Modellering


Men dient voorzichtig te zijn met verbale beschrijvingen van verzamelingen, omdat deze gemakkelijk tot paradoxen kunnen leiden. De axiomatische verzamelingenleer is geconstrueerd om deze paradoxen te vermijden.

Relaties met andere takken van de wiskunde


Vrijwel alle andere takken van de wiskunde worden gebaseerd op de verzamelingenleer. Zo is bijvoorbeeld in de kansrekening de uitkomstenruimte de universele verzameling van alle mogelijkheden en zijn de gebeurtenissen de (deel)verzamelingen. Ook andere elementaire begrippen in de wiskunde, zoals functies worden gedefinieerd in termen van verzamelingen. Hierbij wordt gebruikgemaakt van het cartesisch product.

Zie ook Bovengrens en ondergrens.

Toepassingen


Literatuur


Zie de categorie Set van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.









Categorieën: Verzamelingenleer




Staat van informatie: 30.10.2021 04:04:06 CEST

oorsprong: Wikipedia (Auteurs [Geschiedenis])    Licentie: CC-BY-SA-3.0

Veranderingen: Alle afbeeldingen en de meeste ontwerpelementen die daarmee verband houden, zijn verwijderd. Sommige pictogrammen werden vervangen door FontAwesome-Icons. Sommige sjablonen zijn verwijderd (zoals 'artikel heeft uitbreiding nodig') of toegewezen (zoals 'hatnotes'). CSS-klassen zijn verwijderd of geharmoniseerd.
Specifieke Wikipedia-links die niet naar een artikel of categorie leiden (zoals 'Redlinks', 'links naar de bewerkpagina', 'links naar portals') zijn verwijderd. Elke externe link heeft een extra FontAwesome-Icon. Naast enkele kleine wijzigingen in het ontwerp, werden mediacontainer, kaarten, navigatiedozen, gesproken versies en Geo-microformats verwijderd.

Belangrijke opmerking Omdat de gegeven inhoud op het gegeven moment automatisch van Wikipedia wordt gehaald, was en is een handmatige verificatie niet mogelijk. Daarom garandeert LinkFang.org niet de juistheid en actualiteit van de verkregen inhoud. Als er informatie is die momenteel verkeerd is of een onjuiste weergave heeft, aarzel dan niet om Neem contact op: E-mail.
Zie ook: Afdruk & Privacy policy.