Particulier vermogen


(Doorverwezen vanaf Vermogenstoets)

Particulier vermogen is vermogen van een natuurlijk persoon. Dit is de waarde van alle bezittingen, verminderd met de waarde van alle schulden.

Bezittingen kunnen bestaan uit spaargeld, aandelen en obligaties, antiek, auto's, sieraden, een eigen woning. Bezittingen die bij een normaal huishouden horen, zoals kleding, beddengoed, keukengerei, een PC, een televisie etc. worden soms niet bij het vermogen gerekend.

Vermogensaanwas kan worden beschouwd als sparen in de ruime zin van het woord.

Volgens de klassieke Franse vermogensleer was het vermogen noodzakelijkerwijs verbonden aan de persoon, en karakteriseerde de relatie tussen personen en het vermogen in drie stellingen: alleen personen hebben een vermogen, elke persoon heeft een vermogen en elke persoon heeft slechts één vermogen. Het vermogen werd bestempeld als een juridische algemeenheid en was de vermogensrechtelijke emanatie van de persoon. In een modernere opvatting blijft deze theorie echter niet overeind. Men is tot het inzicht gekomen dat vermogens aan een doel kunnen verbonden zijn, en niet noodzakelijk aan een persoon.

Inhoud

Nederland


Het vermogen van een persoon is de waarde van zijn goederen, verminderd met de waarde van zijn schulden.

Bij het vermogen van een IB-ondernemer moet het bedrijfsvermogen (waarvan de opbrengst als winst belast wordt in box 1) boekhoudkundig gescheiden worden van zijn privévermogen (dat in box 3 valt).

Fiscale aspecten van particulier vermogen

Er is geen aparte, algemene vermogensbelasting, maar wel bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting. Voor de inkomstenbelasting valt de eigen woning in box 1, een aanmerkelijk belang in een bv in box 2, en overige beleggingen, spaargeld en bijvoorbeeld huizen waar de eigenaar niet in woont (voor eigen gebruik als vakantiehuis en/of verhuurd) in box 3. In box 3 wordt een vermogen berekend, op basis daarvan een fictief rendement, en op basis daarvan een bedrag aan inkomstenbelasting, de vermogensrendementsheffing. Omdat het fictieve rendement wordt belast zou men ook kunnen stellen dat dit feitelijk wel een vermogensbelasting is, terwijl de (werkelijke) inkomsten zijn vrijgesteld van inkomstenbelasting. Men kan deze ook rechtstreeks uit het vermogen berekenen, zonder het fictieve rendement als tussenstap. Echter, voor het verzamelinkomen is het fictieve rendement wel van belang.

Vermogen kan onder meer worden ondergebracht in een speciale eigen bv. Als het gaat om spaartegoeden (sparen in box 2) dan wordt dit een spaar-bv of spaargeld-bv genoemd (dit is geen juridisch begrip, de algemene regels voor een bv zijn van toepassing).[1] Als de rente bijvoorbeeld 0% is, is er geen vennootschapsbelasting verschuldigd, en wordt er geen dividend uitgekeerd. Er is dan geen inkomstenbelasting in verband met dit spaargeld verschuldigd (het inkomen valt in box 2, maar is nul). Er zijn kosten aan verbonden, maar daar staat besparing van inkomstenbelasting tegenover.

Geschiedenis

In Nederland werd over het vermogen van particulieren in het verleden vermogensbelasting betaald, naast een inkomstenbelasting op ontvangen rente. Met de herziening van het belastingstelsel op 1 januari 2001 is de vermogensbelasting vervallen en vervangen door een belasting op het fictieve rendement dat het vermogen oplevert.

Vermogenstoetsen

Een vermogenstoets in de sociale zekerheid houdt in dat vermogen een beletsel kan zijn voor een recht op uitkering. In ruimere zin kunnen eronder gerekend worden regelingen volgens welke men minder ontvangt of meer eigen bijdrage betaalt naarmate men meer vermogen heeft.

Vermogenstoetsen verschillen onder meer ook in de soorten vermogen die worden meegerekend.

In de sociale zekerheid in Nederland zijn er de volgende vermogenstoetsen:

Bij veel regelingen tellen dus de eigen woning en de eigenwoningschuld en de kapitaalverzekering eigen woning niet mee voor het vermogen; als er geen eigenwoningschuld is telt de eigen woning ook niet mee voor het inkomen. Al of niet ingegane lijfrente en tweedepijlerpensioen tellen vaak ook niet mee voor het vermogen; als ze zijn ingegaan vormen ze wel inkomen.[6]

Bij de bijstand telt wegens het wettelijke afkoopverbod tweedepijlerpensioenvermogen niet als vermogen, maar derdepijlerpensioenvermogen wel. De regering werkt echter aan een Wetsvoorstel facilitering pensioenregeling zelfstandigen dat een pensioenfonds mogelijk maakt los van werknemerschap, waarbij het kapitaal voor de bijstand niet als vermogen telt.[7][8] Er zal een maximum (jaarlijkse pensioenuitkering niet hoger dan 2 x AOW) komen aan het totaalbedrag aan pensioenvermogen dat niet wordt meegeteld.[9] Er wordt gedacht aan een "pensioenregeling" zonder verzekeringselement, namelijk een soort lijfrentebeleggingsrecht (bancaire lijfrente op basis van beleggen), maar dan met de speciale uitsluiting bij de vermogenstoets van de Participatiewet.[10][11] In december 2014 zijn nadere plannen bekendgemaakt.[12][13]

De Wet van 21 november 2015 tot wijziging van de Participatiewet in verband met de bescherming van lijfrenteopbouw en de vrijlating van inkomsten uit arbeid en wijziging van de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met de bevordering van vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw (Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw)[14] bepaalt onder meer dat in de Participatiewet onder het kunnen doen van een beroep op een voorliggende voorziening, of het redelijkerwijs kunnen beschikken over vermogens- en inkomensbestanddelen, niet wordt verstaan het op verzoek van het college:

Vrijstellingen

Soms wordt bij een vermogenstoets een speciale uitzondering gemaakt.[15]

De Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, artikel 9bis (Overgangsrecht vermogenstoets letselschade-uitkeringen) bepaalt dat voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget als vermogen is vrijgesteld een schadevergoeding voor een letselschade waarvan de hoogte is vastgesteld vóór 11 oktober 2010. Zo'n vrijstelling geldt ook voor de VIB. Bij een later vastgestelde schadevergoeding kon of kan rekening gehouden worden met de vermogenstoetsen en de VIB.

De vrijstellingen hebben betrekking op de vermogenstoetsen en de VIB, niet op het box 3 inkomen.[16]

De Wet van 21 november 2015 tot wijziging van de Participatiewet in verband met de bescherming van lijfrenteopbouw en de vrijlating van inkomsten uit arbeid en wijziging van de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling in verband met de bevordering van vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw (Wet vrijlating lijfrenteopbouw en inkomsten uit arbeid en bevordering vrijwillige voortzetting pensioenopbouw) regelt dat bij de vermogenstoets in de Participatiewet lijfrentevoorzieningen buiten beschouwing worden gelaten onder de volgende voorwaarden:

Lijfrente-uitkeringen tellen wel als inkomen. Als tijdens de genoemde toetsingsperiode wordt overeengekomen dat deze later ingaan dan eerder overeengekomen, dan tellen de lijfrente-uitkeringen die volgens de eerdere afspraken zouden zijn uitgekeerd als inkomen.

Toekomst

De Commissie Van Dijkhuizen heeft voorgesteld de vermogenstoets voor de huurtoeslag te versoepelen tot die van de zorgtoeslag en het kindgebonden budget.

Beleidsoptie 9 van het IBO Inkomen en vermogen van ouderen is het meetellen van de overwaarde van het eigen huis bij vermogensinkomensbijtelling, eventueel in combinatie met een systeem zoals de Ierse Nursing Home Loan: het geld voor de eigen bijdrage wordt geleend, en afbetaald na overlijden.

Beleidsoptie 10 is het meetellen van de overwaarde van het eigen huis bij andere vermogenstoetsen.

Aangenomen is de Wet aanpassing box 3 die het heffingvrije vermogen per 2021 verhoogt tot € 50.000. Voor veel regelingen wordt echter voorkomen dat dit gunstig doorwerkt in vermogenstoetsen, zie boven. Gunstige doorwerking via een lager verzamelinkomen wordt echter, hoewel niet beoogd, op de koop toe genomen omdat dit voor het Rijk in totaal om een geringer bedrag gaat, en aanpassing van wetgeving om dit te voorkomen ingewikkeld is.

Beleidsopties voor het toeslagenstelsel met alternatieve vermogenstoetsen

Gedragseffecten

Gedragseffecten zijn onder meer dat mensen schenkingen gaan doen.[19]

Geschiedenis

De Overgangswet verzorgingshuizen (bij indiening nog getiteld Overgangswet bejaardenoorden) uit 1996 bracht verzorgingstehuizen onder de toenmalige AWBZ, waarbij de expliciete vermogenstoets verviel. Voordien was er wel een expliciete vermogenstoets bij verzorgingstehuizen, maar niet voor verpleegtehuizen.

De Wet hervorming kindregelingen heeft een extra tegemoetkoming voor alleenstaande ouders in onder meer de IOAW, Anw, TW en AOW vervangen door een alleenstaande-ouderkop in het kindgebonden budget, wat voor deze gevallen een vermogenstoets introduceerde.

Zie ook


Externe link











Categorieën: Geld




Staat van informatie: 28.09.2021 07:25:02 CEST

oorsprong: Wikipedia (Auteurs [Geschiedenis])    Licentie: CC-BY-SA-3.0

Veranderingen: Alle afbeeldingen en de meeste ontwerpelementen die daarmee verband houden, zijn verwijderd. Sommige pictogrammen werden vervangen door FontAwesome-Icons. Sommige sjablonen zijn verwijderd (zoals 'artikel heeft uitbreiding nodig') of toegewezen (zoals 'hatnotes'). CSS-klassen zijn verwijderd of geharmoniseerd.
Specifieke Wikipedia-links die niet naar een artikel of categorie leiden (zoals 'Redlinks', 'links naar de bewerkpagina', 'links naar portals') zijn verwijderd. Elke externe link heeft een extra FontAwesome-Icon. Naast enkele kleine wijzigingen in het ontwerp, werden mediacontainer, kaarten, navigatiedozen, gesproken versies en Geo-microformats verwijderd.

Belangrijke opmerking Omdat de gegeven inhoud op het gegeven moment automatisch van Wikipedia wordt gehaald, was en is een handmatige verificatie niet mogelijk. Daarom garandeert LinkFang.org niet de juistheid en actualiteit van de verkregen inhoud. Als er informatie is die momenteel verkeerd is of een onjuiste weergave heeft, aarzel dan niet om Neem contact op: E-mail.
Zie ook: Afdruk & Privacy policy.