Romeinse kalender


De Romeinse of Latijnse kalender is gebaseerd op de maanstanden en verdeelt het jaar onder in twaalf maanden. Het jaar begon met maart en eindigde met februari. De week had in de Romeinse tijd 8 dagen (A t/m H), de 7-daagse week werd in Europa pas rond het jaar 400 (volgens de christelijke jaartelling) ingevoerd, samen met de daarbij behorende namen van de dagen.

Inhoud

Ontstaan


Numa Pompilius hervormde de oorspronkelijke, aan Romulus gewijde kalender, die slechts 10 maanden had, rond 713 v.Chr. door twee naamloze maanden te benoemen: Ianuarius (29 dagen) en Februarius (28 dagen). Omdat oneven getallen door de Romeinen werden beschouwd als geluksgetallen, trok Numa bovendien van elk van de zes maanden met 30 dagen die de oude kalender geteld had, één dag af. Hierdoor kwam het totale aantal dagen in een Romeins jaar op 355 (voorheen 304). 28 februari werd hierdoor de laatste dag van het Romeinse jaar. Februari gold daarnaast als een ongeluksmaand, vanwege het even aantal dagen.[1][2]

Datum- en jaarweergave


Een datum werd in de Romeinse tijd aangegeven door het aantal dagen te noemen voor een vast punt:

Vanaf deze vaste punten telde men in een maand de dagen terug, waarbij begin- en einddagen ook meegeteld werden. Zo wordt bijvoorbeeld 13 oktober "ante diem III Id. Oct." (de derde dag bij terugtellen met als eerste dag 15 oktober) en 30 oktober "a.d. III Kal. Nov." (de derde dag bij terugtellen vanaf de calendae, d.w.z. de eerste dag, van november). Maar de dag voor een vast punt werd niet "a.d. II" genoemd; zo wordt 31 oktober "pridie Kal. Nov." (de dag voor de calendae (de 1e) van november).

Het feit dat het oude Romeinse jaar niet in januari begon maar in maart (deze maand was gewijd aan Mars), is nog steeds te zien in de maandnamen "september" (zevende maand), "oktober" (achtste maand), "november" (negende maand) en "december" (tiende maand). Juli en augustus hebben eerst Quintilis (vijfde maand) en Sextilis (zesde maand) geheten, maar werden later naar Julius Caesar en Augustus genoemd.

Jaren werden aangegeven door de namen te vermelden van degenen die in dat jaar consul waren.

Fasti en nefasti

De Romeinse kalender bevatte een opsomming van fasti en nefasti, geluksdagen en ongeluksdagen. Ondernemingen werden bij voorkeur op een geluksdag begonnen en het gold als een stommiteit of zelfs een affront om een belangrijke onderneming op een nefastus te beginnen. Zo roept Aulus Vitellius bijvoorbeeld de toorn van Publius Cornelius Tacitus over zich af door op de dag van de nederlaag in Allia tegen de Galliërs zichzelf tot pontifex maximus uit te roepen.

Zie ook











Categorieën: Romeinse oudheid | Romeinse kalender




Staat van informatie: 21.01.2022 02:55:57 CET

oorsprong: Wikipedia (Auteurs [Geschiedenis])    Licentie: CC-BY-SA-3.0

Veranderingen: Alle afbeeldingen en de meeste ontwerpelementen die daarmee verband houden, zijn verwijderd. Sommige pictogrammen werden vervangen door FontAwesome-Icons. Sommige sjablonen zijn verwijderd (zoals 'artikel heeft uitbreiding nodig') of toegewezen (zoals 'hatnotes'). CSS-klassen zijn verwijderd of geharmoniseerd.
Specifieke Wikipedia-links die niet naar een artikel of categorie leiden (zoals 'Redlinks', 'links naar de bewerkpagina', 'links naar portals') zijn verwijderd. Elke externe link heeft een extra FontAwesome-Icon. Naast enkele kleine wijzigingen in het ontwerp, werden mediacontainer, kaarten, navigatiedozen, gesproken versies en Geo-microformats verwijderd.

Belangrijke opmerking Omdat de gegeven inhoud op het gegeven moment automatisch van Wikipedia wordt gehaald, was en is een handmatige verificatie niet mogelijk. Daarom garandeert LinkFang.org niet de juistheid en actualiteit van de verkregen inhoud. Als er informatie is die momenteel verkeerd is of een onjuiste weergave heeft, aarzel dan niet om Neem contact op: E-mail.
Zie ook: Afdruk & Privacy policy.