Neologisme


Een neologisme of nieuwvorming is een willekeurig, nieuw woord in een gegeven taal. Meer specifiek verwijst de term naar nieuwe inhoudswoorden. De term wordt niet gebruikt voor een nieuwe woordgroep, of voor andere, nieuwe syntactische elementen in een gegeven taal. Neologismen in ruime zin worden onderscheiden van neologismen in engere zin:

Inhoud

Woordenschat


De woordenschat van een taal ofwel het lexicon wordt onderverdeeld in drie segmenten:[2]

Terwijl de voorraad erfwoorden in een taal vrijwel vastligt, kunnen ontleningen en nieuwvormingen op ieder moment plaatsvinden. Vaak vinden zij echter geen inburgering in de woordenschat: een ontlening blijft dan een zelden of nooit gebruikt barbarisme,de nieuwvorming vindt eenmalig toepassing. Iedere taalgebruiker kan ontleningen en nieuwvormingen invoeren, maar geen enkele taalgebruiker kan ze aan de gemeenschap opdringen. De tijd leert of het woord daadwerkelijk aanslaat. Voordat een neologisme in een woordenboek wordt opgenomen testen taalkundigen het woord op 'houdbaarheid'.[1] Daarvoor gebruiken zij bijvoorbeeld de FUDGE-test.

Wanneer een woord tijdelijk ingang vindt om daarna weer snel uit het dagelijkse taalgebruik te verdwijnen, spreken we van een modewoord of "eendagsvlieg". Het gaat in dit verband vaak om woorden gebaseerd op gebeurtenissen die even voorpaginanieuws waren. Voorbeelden hiervan in het Nederlands zijn elfseptembereffect (na de aanslagen op 11 september 2001 en Bokitoproof (een gorilla met de naam Bokito die in 2007 ontsnapte).

Oude en nieuwe neologismen


Echte neologismen zijn er maar heel weinig in de woordenschat: hun aantal is veel kleiner dan dat van de ontleningen of nieuwe samenstellingen. In de brede definitie komen er elk jaar duizenden neologismen bij.[1] Door de eeuwen zijn er dus veel neologismen verschenen.

De volgende voorbeelden illustreren de oude en nieuwe neologismen:

Aanleiding voor neologismen


Er kunnen allerlei redenen of oorzaken ten grondslag liggen aan het ontstaan van nieuwvormingen in de taal. Hieronder volgen de belangrijkste.

Purisme

Een van de motieven om (bewust) een nieuwvorming te creëren is taalzuivering. Toen men er in de renaissance naar ging streven een standaardtaal te ontwikkelen, werden ook wetenschappelijke geschriften in die taal opgesteld. Voor veel begrippen waren er echter alleen woorden uit het Latijn of Grieks, en om de standaardtaal van die woorden te “zuiveren”, bedacht men neologismen. Ook Franse ontleningen in de taal van ambtenaren en Rederijkers wilde men vervangen.[4]

Nieuwe begrippen

Er kunnen zich nieuwe verschijnselen voordoen, met name in techniek, wetenschap en maatschappij. Zo is het nog tamelijk nieuwe woord computer een samenstelling van het Latijnse voorzetsel com (samen) en het Latijnse werkwoord putare (denken).

Neologismen die tot het jargon van de wetenschappers behoren zoals het bovengenoemde voorbeeld zijn in de regel niet tot het Nederlands beperkt, maar maken vanaf het eerste moment deel uit van de internationale woordenschat. Een van de weinige uitzonderingen vormt het Nederlandse woord obductie (afgeleid van het Latijnse ob-ducere) in de zin van lijkschouw.

Ook deze neologismen kunnen verouderen. Nu iedere consument in de eigen woning de mogelijkheid heeft voedsel in te vriezen, wordt er van de gehuurde diepvrieskluis niet meer gerept.

Nieuwe verschijnselen in de maatschappij kunnen tot nieuwe woorden aanleiding geven. Door de massamedia en het breed bezit van eigen vervoer kon het gebeuren dat mensen bij een catastrofe zelf ter plaatse wilden zijn om het gebeuren gade te slaan, en dit nieuwe verschijnsel kreeg de naam ramptoerisme. Bij een ongeluk op een autosnelweg ontstaan kijkfiles, doordat langzaam rijdende, nieuwsgierige automobilisten de doorstroming belemmeren.

Treedt bij dit samenvoegen van begrippen een verkorting op, zodat een deel van de oorspronkelijke woorden wordt weggelaten, dan kan het nieuwe woord aan zeggingskracht winnen. Een dergelijk woord heet porte-manteau of kofferwoord. Een voorbeeld daarvan is infotainment, de samenvoeging van "informatie" en "entertainment".

Gevoelsuitdrukkingen en vondsten

Letterkundigen kunnen de neiging hebben gevoelens en waarnemingen op een nieuwe manier uit te drukken, en een van de methoden daartoe is de vorming van nieuwe woorden. Vooral in het impressionisme en het post-impressionisme werd dit veel gedaan:[8] Louis Couperus beschrijft Indonesische sawahs als spiegeltrappen,[9] P.C. Boutens spreekt van een carillon dat begint te rinkinken.[10] Zulke neologismen hebben dikwijls een eenmalig karakter en zijn dus hapaxen.

Ook is een neologisme niet zelden bedoeld als eufemisme. Dit was aanvankelijk het geval met het woord allochtoon, rond 1970 bedacht als positiever klinkend alternatief voor gastarbeider/buitenlander (het woord allochtoon is inmiddels zelf weer vervangen door medelander en later migrant).

Daarnaast kunnen taalgebruikers, vooral als zij wat bekender zijn, met vondsten komen die ingeburgerd raken. Epibreren voor "ogenschijnlijk met iets belangrijks bezig zijn, maar in feite nietsdoen" van Simon Carmiggelt is een eigen leven gaan leiden. Daarnaast is minkukel een vondst van Marten Toonder. Het woord miesmuizer met de nevenvorm miezemuizer en het hiervan afgeleide werkwoord miezemuizen zijn gemunt door Annie M.G. Schmidt. Van Gerrit Komrij hebben we de treurbuis.[11] Ook Kees van Kooten en Wim de Bie introduceerden tal van nieuwvormingen, waarvan er enkele daadwerkelijk in het Standaardnederlands zijn beland: positivo, doemdenken.[12]

Nieuwvorming


Verreweg de meeste neologismen zijn niet volstrekt nieuw maar samenstellingen, verbasteringen en/of acryologieën of afleidingen van reeds bestaande woorden. Vele neologismen worden afgeleid van klassieke voorvoegsels: pseudowetenschap, neoconservatieven.
Het gefantaseerde epibreren (door Simon Carmiggelt) heeft een herkenbaar Oudgrieks voorvoegsel, het tweede deel is pseudo-Latijn. Doem-denken, ramp-toerisme zijn geheel Nederlandse samenstellingen. In andere gevallen zijn het quasi-uitheemse afleidingen zoals positivo, dan wel onomatopeeën, zoals rinkinken).
Soms gaat het om leenvertalingen: zo is onderwerp een letterlijk equivalent van “subiectum”; in andere gevallen is de vorm origineel (wiskunde: in “mathesis” komt niet het begrip “zeker” of “wis” voor, wel het begrip “kennen”).
Een speciaal geval vormen de nieuwvormingen die uit afkortingen zijn gevormd: Benelux, vutter, pinnen, mavo, havo enz.[13]

Neologisme en leenwoord


De grens tussen een neologisme en een leenwoord is niet altijd even scherp. In de eerste plaats zijn er de bastaardvormen. Hoewel het woord chipknip als geheel een Nederlandse nieuwvorming is, bevat het toch een vreemdtalig (Engels) element: chip. En het woord stationcar is zelfs uit uitsluitend vreemdtalige elementen opgebouwd; niettemin moet het als een zuiver Nederlands neologisme worden beschouwd. Hetzelfde geldt uiteraard voor de categorie neologismen met Latijnse of Griekse voorvoegsels.

Van andere (relatieve) nieuwkomers is de etymologie onzekerder. Het bekendste voorbeeld is het woord fiets, dat door middel van syncope uit het Franse vélocipède zou kunnen zijn gevormd. Zeker is dat echter niet; het kan net zo goed een eponiem (afgeleid van de naam Viets) of dialectwoord zijn. Ook de etymologie van nozem is niet geheel zeker, al wordt wel aangenomen dat dit woord in de jaren 1920 aan het Bargoens werd ontleend.[14]

Neologismen in andere talen


In het Engels zijn sommige nieuwe woorden opgenomen die gebaseerd zijn op het Latijn, zoals mob, "menigte" (een verkorting van mobile vulgus). Sprekers van de Franse taal hebben eigen, Frans klinkende, termen geïntroduceerd voor Engelse neologismen voor nieuwe producten, zoals computer (ordinateur), e-mail (courrier électronique, verkort tot courriel) , software (logiciel) en downloaden (télécharger).

Verwante begrippen


Een neologisme is het tegenovergestelde van een archaïsme.

Zie ook


Zie de categorie Neologisms van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.









Categorieën: Woordenschat | Neologisme




Staat van informatie: 28.09.2021 07:14:23 CEST

oorsprong: Wikipedia (Auteurs [Geschiedenis])    Licentie: CC-BY-SA-3.0

Veranderingen: Alle afbeeldingen en de meeste ontwerpelementen die daarmee verband houden, zijn verwijderd. Sommige pictogrammen werden vervangen door FontAwesome-Icons. Sommige sjablonen zijn verwijderd (zoals 'artikel heeft uitbreiding nodig') of toegewezen (zoals 'hatnotes'). CSS-klassen zijn verwijderd of geharmoniseerd.
Specifieke Wikipedia-links die niet naar een artikel of categorie leiden (zoals 'Redlinks', 'links naar de bewerkpagina', 'links naar portals') zijn verwijderd. Elke externe link heeft een extra FontAwesome-Icon. Naast enkele kleine wijzigingen in het ontwerp, werden mediacontainer, kaarten, navigatiedozen, gesproken versies en Geo-microformats verwijderd.

Belangrijke opmerking Omdat de gegeven inhoud op het gegeven moment automatisch van Wikipedia wordt gehaald, was en is een handmatige verificatie niet mogelijk. Daarom garandeert LinkFang.org niet de juistheid en actualiteit van de verkregen inhoud. Als er informatie is die momenteel verkeerd is of een onjuiste weergave heeft, aarzel dan niet om Neem contact op: E-mail.
Zie ook: Afdruk & Privacy policy.