Vier van Breda


(Doorverwezen vanaf Drie_van_Breda)

De Vier van Breda (later de Drie, en nog later de Twee van Breda) waren Duitse oorlogsmisdadigers die een levenslange gevangenisstraf uitzaten. Ze zaten gedetineerd in de koepelgevangenis van de Nederlandse stad Breda en waren de laatste Duitse oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog die in Nederland vastzaten.

Het waren:

Naam Vrijgelaten Overleden
Willy Lages 1966 1971
Joseph Kotalla 1979
Ferdinand aus der Fünten 1989 1989
Franz Fischer 1989 1989

Inhoud

Levenslang


Na afloop van de Duitse bezetting van Nederland werden zij aanvankelijk ter dood veroordeeld, maar hun vonnis werd door gratie omgezet in levenslange gevangenisstraf. Het kabinet was tegen het omzetten van de doodstraf, maar mede omdat koningin Juliana ernstige gewetensbezwaren tegen het in uitvoering brengen van de doodstraf had, verleende het alsnog gratie. Minister van Justitie Teun Struycken ging er daarbij van uit dat dit tot vrijlating na twintig jaar zou leiden.[1]

Strafonderbreking voor Lages


Onder verantwoordelijkheid van minister van Justitie Ivo Samkalden kreeg Lages in 1966 strafonderbreking, omdat Nederlandse artsen meenden dat hij terminaal ziek was, hetgeen achteraf niet waar bleek te zijn. Hij kwam niet meer terug naar Nederland. Na een darmoperatie in West-Duitsland leefde hij nog bijna vijf jaar in vrijheid.

Gratieverzoeken


Eind jaren zestig wilde de toenmalige minister van Justitie Carel Polak de drie overgebleven gevangenen vrijlaten, maar na advies van de Hoge Raad zag hij hiervan af.

In 1972 ontstonden er opnieuw emotionele debatten. Minister van Justitie Dries van Agt had laten doorschemeren dat hij positief wilde reageren op een gratieverzoek van de Drie van Breda, mede omdat de Hoge Raad en de bijzondere strafkamer van de Rechtbank Amsterdam nu eenstemmig hadden geadviseerd gratie te verlenen.[2] De vrijlating werd afgeblazen na een door Anneke Goudsmit (D'66) bepleite hoorzitting en een heftig Kamerdebat, mede onder invloed van sterk en emotioneel verzet vanuit de samenleving, met name van verenigingen van oorlogsslachtoffers. Uiteindelijk werd het gratieverzoek afgewezen, na aanneming van de motie-Voogd in de Tweede Kamer.

West-Duitse inbreng


De West-Duitse regering spande zich vanaf de jaren zestig in voor hun vrijlating. Bij elk bilateraal contact tussen Nederland en de Bondsrepubliek Duitsland was de gevangenschap van de overgebleven oorlogsmisdadigers in Breda onderwerp van gesprek.[3] De West-Duitse regering ondersteunde hen juridisch en financieel. Eind jaren zeventig bracht de West-Duitse ambassadeur een televisie en videorecorder voor in hun cellen. Voor alle andere gevangenen in 'De Koepel' bleef dit verboden.[4]

Vrijlating


Op 31 juli 1979 overleed Kotalla in de Bredase gevangenis.

Op 5 juli 1988 pleitten op initiatief van bankier en oud-verzetsman Bib van Lanschot negentien prominente Nederlanders in een schrijven aan premier Ruud Lubbers en minister van Justitie Frits Korthals Altes voor onmiddellijke vrijlating van de resterende twee. Ze waren oud en hadden niet lang meer te leven. De brief werd zonder daar ruchtbaarheid aan te geven persoonlijk overhandigd. Tot de ondertekenaars behoorden naast Van Lanschot onder meer oud-verzetsman Hans Teengs Gerritsen, oud-premier Piet de Jong, voormalig minister van Justitie Samkalden (inmiddels minister van staat) en andere eerdere tegenstanders van vervroegde vrijlating.

Op 27 januari 1989 werden de overgebleven twee vrijgelaten op instigatie van Korthals Altes. Hij kreeg hiervoor van de Tweede Kamer toestemming door een met 88 tegen 55 stemmen afgewezen PvdA-motie waarin werd gepleit om daarvan af te zien. Aan het begin van de Tweede Kamerdebatten over de voorgenomen vrijlating memoreerde Korthals Altes aan de brief van de 'groep van negentien'. Nog dezelfde dag dat de motie werd afgewezen, werden de twee oorlogsmisdadigers als ongewenste vreemdelingen in de buurt van Venlo over de grens gezet. Teengs Gerritsen zou vlak na de vrijlating spijt betuigen over het medeondertekenen van de brief.

Ook de schrijver en overlevende van het krijgsgevangenen- en concentratiekamp Bergen-Belsen Abel Herzberg pleitte publiekelijk voor de vrijlating. Herzberg was strafrechtdeskundige en nam een standpunt in dat geheel tegenovergesteld was aan dat van veel Nederlandse Joden in die tijd. De opstelling van Joodse tegenstanders van de vrijlating noemde hij vol van 'haat en vergelding' en hij benadrukte dat wraak op een dergelijke manier geen zin had. Overigens zou Herzberg later aangeven dat hij, nadat de laatste twee van Breda waren vrijgelaten, zelf ook twijfelde aan zijn eigen opstelling.[2]

Aus der Fünten en Fischer overleden beiden kort na hun vrijlating.

Publicaties











Categorieën: Duits persoon in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog | Oorlogsmisdaad | Nasleep Tweede Wereldoorlog in Nederland | Geschiedenis van Breda




Staat van informatie: 27.09.2021 08:34:39 CEST

oorsprong: Wikipedia (Auteurs [Geschiedenis])    Licentie: CC-BY-SA-3.0

Veranderingen: Alle afbeeldingen en de meeste ontwerpelementen die daarmee verband houden, zijn verwijderd. Sommige pictogrammen werden vervangen door FontAwesome-Icons. Sommige sjablonen zijn verwijderd (zoals 'artikel heeft uitbreiding nodig') of toegewezen (zoals 'hatnotes'). CSS-klassen zijn verwijderd of geharmoniseerd.
Specifieke Wikipedia-links die niet naar een artikel of categorie leiden (zoals 'Redlinks', 'links naar de bewerkpagina', 'links naar portals') zijn verwijderd. Elke externe link heeft een extra FontAwesome-Icon. Naast enkele kleine wijzigingen in het ontwerp, werden mediacontainer, kaarten, navigatiedozen, gesproken versies en Geo-microformats verwijderd.

Belangrijke opmerking Omdat de gegeven inhoud op het gegeven moment automatisch van Wikipedia wordt gehaald, was en is een handmatige verificatie niet mogelijk. Daarom garandeert LinkFang.org niet de juistheid en actualiteit van de verkregen inhoud. Als er informatie is die momenteel verkeerd is of een onjuiste weergave heeft, aarzel dan niet om Neem contact op: E-mail.
Zie ook: Afdruk & Privacy policy.