Dood


Zie De Dood (doorverwijspagina) voor andere betekenissen en gebruik van dit woord.

De dood is een onomkeerbare toestand waarbij een voorheen levend organisme niet meer groeit en geen stofwisseling of andere actieve levensfuncties meer heeft.

Inhoud

Definities


In de geneeskunde onderscheidt men met betrekking tot mensen enkele verschillende definities van ‘dood’:

Hiernaast kent men nog de term juridisch dood; deze is in Nederland equivalent aan hersendood – althans, iemand die hersendood is, is voor de wet ook dood. De vitale functies kunnen dan met hart-longmachines nog in stand worden gehouden en het is wettelijk toegestaan om organen te verwijderen voor transplantatie. Iemand is ‘juridisch dood’ als de lijn die de elektrische activiteiten van de hersenen weergeeft bij registratie door middel van een EEG vlak is (hersendood).

De term juridisch dood wordt ook gehanteerd als sprake is van een langdurige vermissing van een persoon. Er is dan geen lijk, zodat het overlijden niet op medische wijze kan worden vastgesteld. Door iemand van wie vermoed is dat deze niet meer leeft, juridisch dood te verklaren, kan deze worden uitgeschreven uit het bevolkingsregister. Voor de wet is dan sprake van een officiële doodverklaring.

Niet-lichamelijke dood

In het verleden bestond de burgerlijke dood als straf. Het hield in dat men al zijn rechten en bezit verloor. De Nederlandse grondwet van 1831 noemde de burgerlijke dood in het Burgerlijk Wetboek en stelde vast dat deze straf niet kon worden opgelegd. In het Nieuw Burgerlijk Wetboek (1992) wordt deze straf niet meer genoemd.

Binnen de (veelal evangelisch-)christelijke hoek kent men het begrip geestelijke dood, die geen betrekking heeft op het "fysiek dood zijn", maar op het "los van God zijn".

Kenmerken


De dood kenmerkt zich bij zijn naderen en intrede door een aantal specifieke verschijnselen die zich over korte of lange tijd (agonie = doodsstrijd) kunnen uitstrekken. Het betreft de aanwezigheid van al deze verschijnselen: afzonderlijke verschijnselen kunnen wijzen op lichamelijk disfunctioneren bij een levend persoon.

Ontbinding


Direct na het intreden van de dood begint het ontbindingsproces. De eerste fase hiervan bestaat bij mensen altijd uit:

Vervolgens bestaan drie mogelijkheden waarop het lichaam tot verdere ontbinding kan overgaan.[2]

Putrefactie

Zie Verrotting voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Putrefactie ofwel verrotting begint binnen drie dagen na het intreden van de dood. Hoe hoger de omgevingstemperatuur, des te sneller verloopt dit proces. Vele insecten leggen, als de mogelijkheid het toelaat, eieren in het dode lichaam. Dit zal in het algemeen niet gebeuren als het lichaam ver genoeg onder de grond ligt. Het lichaam begint van kleur te veranderen met als opvallendste kenmerk "het wegschieten van kleuren" langs de slagaders en aders, gelegen aan de huidoppervlakte (marmer tekening). Dit komt doordat het bloed begint te ontbinden en bacteriën de overhand krijgen. De kleur van de huid verdonkert ook.

Na verscheidene dagen kunnen de insectenlarven uit het lichaam beginnen te kruipen. Reinigende dieren zoals sommige knaagdieren beginnen van het lichaam te eten indien dit voor hen mogelijk is.

Ongeveer een week na het intreden van de dood beginnen gassen, die door bacteriële en chemische processen worden geproduceerd, opzwelling van het dode organisme te veroorzaken. De bacteriën die tijdens het leven nuttig waren, zoals de bacteriën in het spijsverteringskanaal, keren zich na de dood tegen het lichaam. Nu gebruiken diezelfde bacteriën het dode lichaam als voedselbron. Door deze processen worden de interne organen vloeibaar. Binnen twee weken na intreding van de dood komen producten van ontbinding uit de lichaamsopeningen, zoals uit de mond, de neus, de anus en eventuele andere lichaamsopeningen (bijvoorbeeld wonden). De stank van rotting is op dit moment zeer sterk aanwezig. Binnen enkele weken zal door de druk van het gas dat in het lichaam wordt geproduceerd en dat niet kan ontsnappen weefsel openspringen, waarbij lichaamsinhoud (ontbindingsproducten) vrijkomen. Enorme hoeveelheden insectenlarven kunnen uit het lichaam komen als insecten eerder de kans hebben gekregen om hier eitjes te leggen. Aaseters kunnen op dit moment gemakkelijk delen van het lichaam wegnemen, doordat het lichaam geen vast geheel meer is. Indien het om een mens gaat, worden de vrijkomende vloeistoffen opgenomen door de kleding van de overledene, de kistvoering, het bedmatras, de vloer of de grond. Op dit moment is het lichaam een zeer onsamenhangend voorwerp geworden, dat niet meer herkenbaar zal zijn als het individu dat het tijdens zijn leven geweest is.[2]

Mummificatie

Zie ook Mummie

Mummificatie (indroging) ontstaat op een moment wanneer een lichaam uitdroogt door natuurlijke of door kunstmatige middelen. Twee omstandigheden zijn vereist voor mummificatie.

  1. Een droge omgeving.
  2. Lichaamsmassa: Mummificatie treedt eerder op als het lichaam van de overledene een lichaam betreft met weinig lichaamsvetmassa (in het algemeen een dun persoon). Zelden treedt mummificatie onder natuurlijke omstandigheden op bij te zware mensen. De oorzaak hiervan is de aanwezigheid van vocht in het lichaam. Vocht zorgt (samen met een hoge omgevingstemperatuur) voor een voorspoedig ontbindingsproces.[2]

In geval van mummificatie (indroging) begint dit eindproces ongeveer één maand na de dood, hoewel dit proces ook voorspoediger kan verlopen als de voorwaarden juist zijn, zoals de toestand van het lichaam van de overledene en de omgevingsinvloeden.

Adipocire

Zie Adipocire voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Adipocire, ook wel lijkwas genoemd, ontstaat door verzeping van vetten in het overleden lichaam. Het is een bijproduct van het natuurlijke proces van decompositie en kan zich in zuurstofarme semi-vochtige of zeer natte milieus vormen. Het is een zeepachtige, wasachtige en in sommige gevallen kaasachtige substantie die uit het vet en zachte weefsels van een overleden persoon wordt gevormd. De vorming van adipocire is een natuurlijke vorm van ontbinding, waarbij de uiterlijke structuur van het lichaam grotendeels behouden blijft.

Wetgeving


In Nederland bestaat verschillende wet- en regelgeving met betrekking tot overlijden, overledenenzorg en procedures rondom overlijden. De volgende wet- en regelgeving is van toepassing:

Doodgeborene


In de Wet op de lijkbezorging wordt een minimale leeftijdgrens aangegeven wanneer sprake is van dood van een menselijk wezen, waarop de bepalingen van deze wet van toepassing zijn. In de wet staat:

"Doodgeborene: de na een zwangerschapsduur van ten minste vierentwintig weken ter wereld gekomen menselijke vrucht, welke na de geboorte geen enkel teken van levensverrichting heeft vertoond."

Dit wil niet zeggen, dat voor de benoemde vierentwintig weken zwangerschap biologisch gezien geen sprake van leven was.

Bij overlijden van een foetus voor de in de wet benoemde 24 weken zwangerschap spreekt men doorgaans van een miskraam. Bij overlijden van een foetus na vierentwintig weken zwangerschap spreekt men zoals in de wet staat aangegeven van een doodgeborene.

De in de wet aangegeven grens tussen een miskraam en een doodgeborene kan voor de ouders van een doodgeborene voor 24 weken zwangerschap problemen geven. Sociaal gezien is de status doodgeborene meer beladen en ernstiger dan in geval sprake is van een miskraam, dit terwijl in beide gevallen bij de ouders sprake kan zijn van evenredig verliesgevoel en rouwproces.[2]

Wettelijke grens

De wetgever heeft tijdens het maken van deze wet gekeken naar de medische mogelijkheden en het "vanaf moment" waarop het mogelijk moet zijn om met de huidige medische technieken een pasgeborene in leven te houden. Ten tijde van het ontstaan van deze wet was de medische techniek zo ver gevorderd, dat na 24 weken zwangerschap sprake was van "levensvatbaarheid".

De in de Wet op de lijkbezorging benoemde termijn van "ten minste vierentwintig weken zwangerschap" zal mogelijk in de toekomst moeten worden bijgesteld. De medische wetenschap is op dit moment zo ver, dat soms sprake is van levensvatbaarheid voor 24 weken zwangerschap. Door medische ontwikkelingen zal het in de toekomst waarschijnlijk regulier voorkomen dat sprake is van een steeds vroegere levensvatbaarheid.[2]

Lijkschouw


Zie lijkschouw voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Na het overlijden wordt een lijkschouw verricht. In de meeste landen wordt dit gedaan door een arts, en in het geval dat er wordt vermoed dat er sprake is van een niet-natuurlijk overlijden wordt nader onderzoek ingesteld, bijvoorbeeld door de politie. Dit is in ieder land anders geregeld.

Na de dood


Na de dood is wat betreft overledenenzorg alles gericht op onderzoek naar de doodsoorzaak (is deels wettelijk geregeld), en piëteitsvolle overledenenzorg met als doel een goede start van het rouwproces van de nabestaanden en gericht op conservering van de overledene. Binnen de in de wet gestelde termijn zal een uitvaart (begrafenis / crematie) plaatsvinden, met als uitzondering de overledenen die zich ter beschikking hebben gesteld voor de wetenschap.[2]

De overledenenschouw

De overledenenschouw vindt plaats volgens wettelijke richtlijn. Deze wordt verricht door de behandelend arts of door de gemeentelijke lijkschouwer. (zie hoofdstuk #Lijkschouw)

Inwendige schouw (ook wel obductie/sectie)

Een onderzoek naar de doodsoorzaak kan de inwendige schouw of pathologisch onderzoek betreffen. De inwendige schouw wordt verricht door een patholoog-anatoom of een forensisch patholoog-anatoom.

Er bestaan drie soorten van inwendige schouw.

  1. Reguliere inwendige schouw, waarbij de organen en weefsels in de borstholte en de buikholte worden onderzocht.
  2. Inwendige schouw van de schedel, waarbij uitname van de hersenen plaatsheeft voor onderzoek.
  3. Gerichte schouw van lichaamsdelen die niet tot de borst-/buikholte of de hersenen behoren. Dit onderzoek betreft geen reguliere schouw maar wordt gedaan als gericht onderzoek.

Er zijn drie redenen voor het realiseren van een inwendige schouw.

  1. Nabestaanden willen helderheid over de doodsoorzaak. Dit kan van belang zijn om te kijken of sprake is van een doodsoorzaak door een erfelijke aandoening. De nabestaanden dienen toestemming te geven voor dit onderzoek. In geval nabestaanden geen toestemming geven dan vindt er geen inwendige schouw plaats.
  2. De behandelend arts verzoekt dit onderzoek. Gekeken kan worden of de behandelend arts de juiste diagnose heeft gesteld en of de ingezette behandeling de juiste handelwijze was. Dit is ter lering voor de behandelend arts. Nabestaanden dienen toestemming te geven voor dit onderzoek. In geval nabestaanden geen toestemming geven dan vindt er geen inwendige schouw plaats.
  3. In geval van een (vermoedelijk) niet natuurlijk overlijden een (mogelijke) misdrijf betreft zal een inwendige lijkschouw plaatsvinden. Bij deze lijkschouw worden sporen veilig gesteld en wordt onderzoek gedaan naar de primaire doodsoorzaak. Dit onderzoek heeft plaats in opdracht van de officier van justitie. Nabestaanden hebben geen inspraak omdat sprake is van inbeslagname van de overledene door justitie. Na vrijgave van de overledene door de officier van justitie (en dus na de inwendige schouw) staat de overledene weer ter beschikking van de nabestaanden. Deze inwendige schouw zal meestal plaatsvinden in het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) (dit onder andere omdat veelal ook radiologisch onderzoek deel uitmaakt van het onderzoek), maar de mogelijkheid bestaat ook dat een forensisch patholoog van het NFI dit onderzoek verricht op locatie in een sectieruimte van een zorginstelling (dit dan voornamelijk als radiologisch onderzoek geen deel uitmaakt van het onderzoek).[2]

De hersenbank

Naast de beschreven mogelijkheden van inwendig schouw bestaat nog een uniek project van de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU), waarbij onderzoek van de hersenen plaatsheeft. Dit betreft "De Hersenbank". Overledenen die tijdens leven aan een van de volgende ziektebeelden leden: dementie, multiple sclerose, Parkinson, depressie of schizofrenie, kunnen hun hersenen afstaan voor onderzoek naar het betreffende ziektebeeld. Men kan daarvoor bij leven afspraken maken met de Hersenbank en een hersencodicil invullen.

Donatie

Na constatering van (hersen)dood kan, in geval toestemming is, een donatieprocedure plaatsvinden. De regelgeving van donatie en donatieprocedure is vastgelegd in de Nederlandse Wet op de orgaandonatie. In geval sprake is van donatieregistratie in het donorregister en/of na toestemming van de nabestaanden zal worden gekeken of de (hersen)dode in aanmerking komt voor donatiedoeleinden. Voor donatie bestaat onderscheid tussen hersendode donoren (heartbeating donor) en biologisch dode donoren (non-heartbeating donor).

Hersendode donoren (heartbeating donor)

In Nederland verzorgt een transplantatieteam de uitname van organen. In Nederland wordt dit gecoördineerd door de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) vanuit haar Orgaancentrumfunctie. Zij kijken in hun database waar de betreffende organen wenselijk zijn, stuurt het transplantatieteam aan en draagt zorg voor verspreiding van uitgenomen organen. Heartbeating transplantatieorganen betreffen: de nieren, de lever, het hart, de longen, de alvleesklier, de eilandjes van Langerhans uit de alvleesklier en de dunne darm.

Voor aanvang van deze procedure treedt het hersendoodprotocol in werking (zie wetgeving).

Biologisch dode donoren (non-heartbeating donor)

In Nederland verzorgt de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS), welke een vergunning heeft als Orgaancentrum een coördinerende rol voor wat betreft uitname, bewerking en verspreiding van donatieweefsel. Non-heartbeating donatieweefsels betreffen: hoornvlies, huid, hartkleppen, bloedvaten en bot en peesweefsel.

Overledenenzorg

Ook wel overledenenverzorging, postmortale zorg, laatste zorg of afleggen, heeft in principe plaats na de overledenenschouw. "In principe" omdat het in Nederland veelvuldig voorkomt dat de overledenenzorg plaatsheeft voor aanvang van de overledenenschouw. Door deze handelwijze wordt voor een zeer groot deel de mogelijkheid ontnomen dat de behandelend arts de doelstelling van de overledenenschouw volgens de wetgeving kan realiseren. Sporen die mogelijk bijdragen tot het opmerken van een (vermoedelijk) niet natuurlijke dood worden door deze handelwijze weggenomen.

De overledenenzorg wordt doorgaans in opdracht van de nabestaanden uitgevoerd door verpleging in een zorginstelling, mortuariumbeheer in een zorginstelling, een uitvaartondernemer of door de nabestaanden zelf. Ook bestaat de mogelijkheid dat nabestaanden de overledenenzorg realiseren samen met de benoemde disciplines.

Het doel van overledenenzorg is:

Als sprake is van non-heartbeating donatie zal (bepaalde onderdelen van) de overledenenzorg plaatsvinden na de donatieprocedure.[2]

Ter beschikking van de wetenschap

Tijdens leven bestaat de mogelijkheid om een contract af te sluiten met een medische faculteit om na overlijden het stoffelijk overschot beschikbaar te stellen voor de wetenschap. Na overlijden zal de medische faculteit kijken of het stoffelijk overschot geaccepteerd wordt (hieraan zijn voorwaarden verbonden). In geval de faculteit het stoffelijk overschot geaccepteerd heeft, vindt er geen begrafenis of crematie plaats. In geval het stoffelijk overschot niet wordt geaccepteerd dienen de nabestaanden zelf in een uitvaart te voorzien. Een dergelijk contract wordt slechts met één medische faculteit afgesloten. In geval de betreffende medische faculteit het stoffelijk overschot niet accepteert bestaat dus geen mogelijkheid om deze aan een andere medische faculteit aan te bieden.[2]

Restauratie in geval van trauma

Als door trauma het lichaam minder geschikt is om te tonen zal worden gekeken of een restauratie gerealiseerd kan worden. Doel van restauratie is dat een confrontatie plaats kan vinden en dat nabestaanden de mogelijkheid krijgen om afscheid te nemen van de overledene. Er bestaan bedrijven die gespecialiseerd zijn in restauratie van overledenen.[2]

De uitvaart

Binnen de in de wet gestelde termijn dient in een begrafenis of crematie te worden voorzien. Nabestaanden dienen zorg te dragen voor het realiseren van de uitvaart. Mochten er geen nabestaanden zijn of mochten nabestaanden niet kunnen of willen voorzien in een uitvaart, dan zal volgens de wet de gemeente van overlijden voorzien in een uitvaart.

Nabestaanden kunnen een uitvaartonderneming inschakelen die binnen zijn mogelijkheden en beperkingen volgens de wens van de nabestaanden (of de wens van de overledene) de uitvaart realiseert. In de Nederlandse Wet op de lijkbezorging staat: “De lijkbezorging geschiedt overeenkomstig de wens of de vermoedelijke wens van de overledene, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden.” Nabestaanden kunnen ook zelf in een uitvaart voorzien zonder het inschakelen van een commerciële uitvaartondernemer. Men dient zich dan wel aan wettelijke regelgeving te houden en regelingen te treffen om de uitvaart te realiseren. De periode van sterven tot aan de uitvaart wordt veelal gebruikt voor rouwbezoeken en afscheidviering.[2]

Conservering van de overledene

Na overlijden dient zo spoedig als mogelijk conservering van de overledene plaats te vinden. In Nederland bestaan drie wettelijk toegestane mogelijkheden tot conservering:

  1. Koelen (3 – 5 graden Celsius).
    1. Koelruimte
    2. Bedkoelsysteem
    3. Kistkoelsysteem
  2. Thanatopraxie (milde vorm van balsemen).
  3. Graszodenmethode (alternatieve vorm van conserveren).[2]

Behandeling van een overledene op zee


Een overlijden op zee valt onder het zeerecht. Een arts van RMA moet (op afstand) de dood vaststellen. De gezagvoerder of kapitein houdt zich bezig met zaken als het opstellen van een akte voor het scheepsjournaal en de verdere behandeling van het lichaam. Bij een niet-natuurlijke dood moet de gezagvoerder een onderzoek instellen en het lijk bewaren voor lijkschouw.

Bijna-doodervaring


Zie bijna-doodervaring voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Cultuur


In de cultuur wordt de dood vaak gepersonifieerd door het levend geraamte Magere Hein, die overeenkomsten heeft met Vadertje Tijd, maar in de Middelnederlandse allegorie Spyeghel der salicheyt van Elckerlijc heet hij eenvoudig de Dood. Een veelvoorkomend thema is de dodendans. In de Griekse mythologie wordt Thanatos (Dood) beschouwd als een broer van Hypnos (Slaap). De dood is ook prominent aanwezig in de literatuur met titels variërend van het poëtische Der Tod in Venedig van Thomas Mann tot het kordate Death van Woody Allen. Van de 78 Tarotkaarten is nummer 13 de Dood, hoewel dit meestal niet de dood zelve betekent, maar verandering. In het volgende fragment zinspeelt de dichter erop dat de dood een overgang is, en het lichaam een cocon waaruit na de dood een vlinder verrijst:

In je cocon als onberoerd van vele vragen
slaapdronken wiegend in de armen van de dood
nog mooi steeds met je haren zacht
om je wasbleke gelaat
verglijd je langzaam in zijn koele schoot
Versluierd in je ogen die me eens zoveel bewaarden
rust je nu verstild in je gebaren
alsof nooit je lichaam me had toebehoord
verlaat je me
berustend, zonder zelfs een laatste woord

— Fragment uit het gedicht 'Cocon',[3] J.Grandgagnage

Angst voor de dood


De gedachte aan sterven en de dood wekt bij veel mensen angstgevoelens op. Psychologen onderscheiden angst voor het verlies van mensen met wie men een bijzondere band heeft, en al dan niet buitensporige angst voor het eigen overlijden; anderzijds zijn sommige vormen van angst voor het verlies van geliefden geworteld in de confrontatie met de eigen sterfelijkheid.

Angst voor het eigen overlijden manifesteert zich in een spectrum van omgangsstrategieën die, naargelang van hun aard en intensiteit, therapeutisch kunnen werken of de kenmerken van een neurose of zelfs een psychose kunnen aannemen.

Tot de vaak voorkomende omgangsstrategieën behoren:[4]

Religie


De dood heeft de mens altijd gefascineerd. Het is een onlosmakelijk aspect van leven, ongeacht tijd, plaats of cultuur. Mensen gaan wel op verschillende manieren om met de dood. Ook de ervaring een ander mens te zien sterven, geeft te denken. In de meeste religies is sprake van een overwinning op de dood of van een voortleven na de dood. In oosterse religies gelooft men in wedergeboorte of reïncarnatie. Parinibbana vindt in het boeddhisme plaats bij het overlijden van iemand die het Nirvana bereikt heeft. Het Tibetaans Dodenboek gaat specifiek in op wat er precies gebeurt tussen dood en wedergeboorte. In de discussie over het leven na de dood moet men de vraag stellen of de mens persoonlijk en bewust dan wel onpersoonlijk en onbewust voortleeft. Hierover schreef Kees Stip in 1950 in zijn verslag van de tragische dubbele zelfmoord van Pyramus en Thisbe:[5]

De liefde bij ons doden kent
geen strikt persoonlijk element.
't Is alles eender, vijand, vrind,
zijn even lief, even bemind.

Bij meditatie over de dood reflecteert men tijdens de meditatie over verschillende aspecten van dood zijn of dood gaan.

Dierenwereld


Ook dieren lijken soms blijk te geven van een voorgevoel van de naderende dood. Volgens een oud volksgeloof zingt een zwaan kort voordat hij sterft de spreekwoordelijke zwanenzang. Reeds Aischylos (±525 v.Chr.-456 v.Chr.) verwonderde zich over de voorspellende gave van deze dieren.[6]

Taal


Er bestaan vele verschillende, meer of minder eufemistische synoniemen voor het woord sterven. Er zijn weinig begrippen waar meer synoniemen voor bestaan.

Enkele bekende eufemismen in het Nederlands zijn: de eeuwige slaap, het tijdelijke met het eeuwige verwisselen, de laatste reis maken, naar de andere kant gaan, het licht uit doen, de kuiten strekken. Enkele typisch religieuze eufemismen zijn: bij de Here zijn, tot zijn voorvaderen vergaderd worden, zijn schepper ontmoeten.

Omgekeerd wordt de dood bij name genoemd in vele spreekwoorden en uitdrukkingen waar geen sprake hoeft te zijn van een letterlijk sterven:

Gebarentaal

Voorts zijn er ook handgebaren om de reis over de Styx aan te duiden. Een bekende is de rechterhand voor de nek langs te bewegen in een horizontale lijn. Duikers maken deze beweging om een tekort aan zuurstof aan te duiden, daarmee duidend op een acute noodsituatie die de dood tot gevolg kan hebben. Een minder gangbaar gebaar is de rechterwijsvinger horizontaal gekruist over een verticale linkerwijsvinger te plaatsen ter hoogte van het tweede kootje van de linkerwijsvinger.

Zie ook


Lijsten

Recent overleden personen

Personen volgens doodsoorzaak

Overige lijsten van overleden personen

Op andere Wikimedia-projecten










Categorieën: Dood | Biologie




Staat van informatie: 27.09.2021 07:39:10 CEST

oorsprong: Wikipedia (Auteurs [Geschiedenis])    Licentie: CC-BY-SA-3.0

Veranderingen: Alle afbeeldingen en de meeste ontwerpelementen die daarmee verband houden, zijn verwijderd. Sommige pictogrammen werden vervangen door FontAwesome-Icons. Sommige sjablonen zijn verwijderd (zoals 'artikel heeft uitbreiding nodig') of toegewezen (zoals 'hatnotes'). CSS-klassen zijn verwijderd of geharmoniseerd.
Specifieke Wikipedia-links die niet naar een artikel of categorie leiden (zoals 'Redlinks', 'links naar de bewerkpagina', 'links naar portals') zijn verwijderd. Elke externe link heeft een extra FontAwesome-Icon. Naast enkele kleine wijzigingen in het ontwerp, werden mediacontainer, kaarten, navigatiedozen, gesproken versies en Geo-microformats verwijderd.

Belangrijke opmerking Omdat de gegeven inhoud op het gegeven moment automatisch van Wikipedia wordt gehaald, was en is een handmatige verificatie niet mogelijk. Daarom garandeert LinkFang.org niet de juistheid en actualiteit van de verkregen inhoud. Als er informatie is die momenteel verkeerd is of een onjuiste weergave heeft, aarzel dan niet om Neem contact op: E-mail.
Zie ook: Afdruk & Privacy policy.