Datief


Naamvallen
Abessief
Ablatief (zesde naamval)
Absolute naamval
Absolutief
Accusatief (vierde naamval)
Adessief
Adverbialis
Algemene Latijnse vervoegingen en verbuigingen
Allatief
Apudessief
Associatief
Aversief
Benefactief
Causalis-finalis
Causatief
Comitatief
Datief (derde naamval)
Delatief
Dieptecasus
Distributief
Elatief
Ergatief
Essief
Exessief
Factitief
Genitief (tweede naamval)
Illatief
Inessief
Instructief
Instrumentalis (achtste naamval)
Intratief
Locatief (zevende naamval)
Multiplicatief
Nominatief (eerste naamval)
Objectief
Obliquus (Hindi)
Obliquus
Partitief
Pegatief
Pertingent
Prepositionalis
Prolatief
Sociatief
Sublatief
Superessief
Temporalis
Terminatief
Translatief
Vocatief (vijfde naamval)

De datief (Latijn dare, datum = geven, gegeven) of derde naamval is in veel talen een van de mogelijke vormen van het indirect object, die meestal de functie van meewerkend voorwerp weergeeft.

Inhoud

Geschiedenis van de Indo-Europese datief


De datief is een van de acht oorspronkelijke naamvallen die het Proto-Indo-Europees, waar alle Indo-Europese talen en dus ook het Nederlands van afstammen, rijk was. De datief is van de acht een van de langst overlevende naamvallen, die nog in een ruim aantal talen voorkomt. Dit geldt voor Germaanse talen als IJslands en Duits en voor de meeste Baltische en Slavische talen. Ook Latijn, Klassiek Grieks en Keltisch kenden deze naamval nog, maar in de Romaanse talen (met uitzondering van het Roemeens), modern Grieks en modern Iers is de naamval verdwenen. Dat geldt ook voor het Nederlands, op enkele versteende uitdrukkingen na.

Andere taalfamilies zoals de Fins-Oegrische kennen een nog veel ingewikkelder systeem van wel 15 of nog meer naamvallen, waar ook de datief deel van uitmaakt.

Betekenis en gebruik


In de meeste Indo-Europese talen heeft de datief de functies overgenomen van een aantal andere naamvallen, in het bijzonder die van de locatief, de instrumentalis. In het Oergermaans en klassiek Latijn waren de functies van deze naamval al geïntegreerd in met name datief en/ of de ablatief. In andere talen, zoals het Pools, Russisch en Litouws, worden de locatief en de instrumentalis tot op de dag van vandaag nog met aparte vormen onderscheiden (zie ook synthetische en analytische talen).

Dit verklaart ook waarom de datief tegenwoordig in bijvoorbeeld het Duits veelal de functie heeft van bijwoordelijke bepaling van plaats, tijd, middel enz., al dan niet in combinatie met een voorzetsel dat wordt vertaald als bijvoorbeeld te, bij, in of met.

Weinig voorkomende datiefvormen zijn de datief van standpunt en de ethische datief.

Datief in het Nederlands


In een vrij groot aantal versteende uitdrukkingen is de datief nog wel te vinden, zoals in den beginne, bij monde van of ter bestemde plaatse.

Het Wilhelmus vertoont nog echte datiefvormen met verbogen lidwoorden, bijvoorbeeld in de regel den vaderland getrouwe ("Trouw aan het vaderland")

Ook in de Statenvertaling (der Bijbel) komt de datief nog voor, bijvoorbeeld (Richteren 8:16):

Hierbij is te zien dat de datief-meervoud ook als lidwoord den had.

De oude datiefvormen van het lidwoord waren:

Onzijdige en mannelijke zelfstandige naamwoorden kregen in de regel de uitgang -e in de datief (vgl. het Duitse im Lande).[noten 1]

Voorzetsels als met, van, in, bij en vooral te komen nog in een aantal vaste uitdrukkingen in combinatie met een datief voor:

De datiefvormen van het bepaald lidwoord worden in de regel samengetrokken met het voorzetsel te: te + denten, te + derter (vgl. het Duitse zur). Dit voorzetsel komt nog steeds vrijwel altijd in combinatie met een (versteende) datief voor:

Soms zijn de vormen ook verbasteringen, waarbij men het met het oorspronkelijke woordgeslacht niet al te nauw neemt:

Datief in het Latijn


De datief vervulde in het klassiek Latijn primair de functie van meewerkend voorwerp, maar had daarnaast ook al andere functies zoals "datief van voor- of nadeel" of "het voorwerp van doel". Deze laatste staat na specifieke werkwoorden (bijvoorbeeld esse, dare, dicere, ducere, habere en tribuere). Daarnaast is er de datief van bezit die steeds bij esse ("zijn") staat en een bezitsrelatie uitdrukt (de dativus possessivus).

De datief staat meestal bij werkwoorden, maar ook adjectieven kunnen de dominant zijn. Deze adjectieven hebben dan de betekenis van "gelijk, nabij, bevriend of geschikt". (bijvoorbeeld par tibi). Ook kan er een datief van voor- of nadeel een adjectief als dominant hebben.

Prefixdatieven zijn datieven die worden voorafgegaan werkwoorden met een specifiek voorvoegsel (ad, ante, cum, in, inter, prae, post, super, sub, ob). Ook kan het gerundivum soms de dominante vorm zijn, waarbij de datief het handelend voorwerp is.

Zie ook











Categorieën: Naamval in het Latijn | Naamval in Indo-Europese talen | Naamval in Fins-Oegrische talen




Staat van informatie: 27.09.2021 08:35:50 CEST

oorsprong: Wikipedia (Auteurs [Geschiedenis])    Licentie: CC-BY-SA-3.0

Veranderingen: Alle afbeeldingen en de meeste ontwerpelementen die daarmee verband houden, zijn verwijderd. Sommige pictogrammen werden vervangen door FontAwesome-Icons. Sommige sjablonen zijn verwijderd (zoals 'artikel heeft uitbreiding nodig') of toegewezen (zoals 'hatnotes'). CSS-klassen zijn verwijderd of geharmoniseerd.
Specifieke Wikipedia-links die niet naar een artikel of categorie leiden (zoals 'Redlinks', 'links naar de bewerkpagina', 'links naar portals') zijn verwijderd. Elke externe link heeft een extra FontAwesome-Icon. Naast enkele kleine wijzigingen in het ontwerp, werden mediacontainer, kaarten, navigatiedozen, gesproken versies en Geo-microformats verwijderd.

Belangrijke opmerking Omdat de gegeven inhoud op het gegeven moment automatisch van Wikipedia wordt gehaald, was en is een handmatige verificatie niet mogelijk. Daarom garandeert LinkFang.org niet de juistheid en actualiteit van de verkregen inhoud. Als er informatie is die momenteel verkeerd is of een onjuiste weergave heeft, aarzel dan niet om Neem contact op: E-mail.
Zie ook: Afdruk & Privacy policy.